Elke stap die de calculator zet, met de formule, de getallen ingevuld en het tussenresultaat. We rekenen het standaardscenario van de calculator helemaal uit, zodat je het er naast kunt leggen en zelf kunt narekenen.
Alle uitkomsten hieronder horen exact bij deze invoer. Zet je in de calculator een schuif anders, dan verschuiven de getallen, maar de formules blijven dezelfde.
Een mobiele unit haalt zijn opgegeven vermogen in de praktijk zelden: de warme afvoerslang straalt terug de kamer in, het vermogen zakt op hete dagen door de hogere condensatietemperatuur, en fabrieksmetingen zijn optimistisch. We rekenen daarom standaard met 80% van de typeplaatjewaarde (de constante DERATE). Daarna zetten we BTU/h om naar watt.
Dit is het koelvermogen dat overal verderop wordt gebruikt. De volle 15.000 BTU/h speelt nergens anders meer een rol.
De EER/COP van 2,6 is het rendement van de koelcyclus: hoeveel koelvermogen je krijgt per watt elektrisch vermogen. Daaruit leiden we het opnamevermogen af, en daarmee de warmte die de afvoerslang naar buiten moet brengen (koeling plus de arbeid van de compressor).
Nee. De EER/COP en de 1-slangs straf zijn twee losse assen die elkaar nergens raken. De COP bepaalt alleen het stroomverbruik en de condensorwarmte (de slangkant). De netto koeling en de haalbare temperatuur worden verderop berekend zonder de COP.
Een 1-slangs unit blaast kamerlucht door de slang naar buiten. Die lucht wordt aangevuld met buitenlucht op buitentemperatuur. Het opwarmen van dat aangevulde volume tot kamertemperatuur is de voelbare straf. De coëfficiënt 0,335 is gewoon de warmte-inhoud van lucht: dichtheid × soortelijke warmte, omgerekend van per uur naar per seconde (ρ·cp/3600).
Bij 2 slangen haalt de condensor zijn lucht van buiten en blijft de kamerlucht binnen: dan is deze straf nul.
Die aangezogen buitenlucht is niet alleen warm maar ook vochtig. Om te weten hoeveel vocht erin kan, rekenen we eerst de verzadigingsdruk uit met de Magnus-formule, voor zowel buiten (30 °C) als de binnendoeltemperatuur (21 °C).
Met de verzadigingsdruk en de relatieve vochtigheid berekenen we het vochtgehalte in gram water per kilogram droge lucht. Buiten gebruiken we 55% RH, binnen mikken we op 50% RH als comfortdoel.
Het verschil in vochtgehalte moet de unit uit de aangezogen lucht halen door het op de verdamper te laten condenseren. Dat kost koelvermogen: per kilogram water ongeveer 2.450 kJ (de verdampingswarmte Hfg). Eerst de luchtmassa per seconde, dan de last.
Bij 2 slangen wordt er geen buitenlucht aangezogen, dus is er geen latente straf: vochtig weer doet dan niets.
Van het koelvermogen trekken we de twee 1-slangs verliezen af: de latente last en de voelbare infiltratiestraf. Wat overblijft is wat de ruimte daadwerkelijk koelt.
Van de 3,52 kW koelvermogen blijft op deze warme, vochtige dag dus maar een fractie over voor de ruimte zelf. Bijna alles gaat op aan de infiltratie en het ontvochtigen.
Alleen buitenwanden en ramen zien de volle buiten-ΔT; vloer, plafond en binnenwanden grenzen aan geconditioneerde ruimte en tellen niet mee. Het buitenwandoppervlak schatten we als aantal buitenwanden × gemiddelde wandgrootte, daar trekken we het glas af. De U-waarden komen uit de isolatiekeuze (dubbelglas: 0,8 voor wand, 2,8 voor glas).
De ruimte stabiliseert waar de netto koeling precies gelijk is aan de warmtelast. Maar er zit een terugkoppeling in: hoe verder de ruimte afkoelt, hoe lager het vochtgehalte hoort te zijn bij 50% RH, dus hoe groter het vochtverschil met buiten en hoe hoger de latente last. We lossen dat evenwicht daarom iteratief op (een gedempt vast punt, 100 stappen).
Als het buiten ver genoeg warmer is dan binnen, wordt de infiltratiestraf groter dan wat er na het ontvochtigen aan koeling overblijft. Vanaf dat ΔT koelt de unit niet meer, maar verwarmt hij de ruimte netto.
Ons scenario zit op ΔT = 9 °C, dus net onder het omslagpunt: er blijft nog koeling over, maar de marge is klein.
Hetzelfde apparaat met 2 slangen heeft geen infiltratiestraf en geen latente straf via aangezogen lucht. Dan telt het volle koelvermogen mee tegen alleen de warmtelast.
Het verschil is enorm: dezelfde unit haalt met 2 slangen moeiteloos de doeltemperatuur, terwijl hij met 1 slang op 22,1 °C blijft steken. Dat is de hele kern van waarom deze calculator bestaat.
| Symbool | Waarde | Wat het is |
|---|---|---|
| DERATE | 0,80 | Fractie van het typeplaatje die in de praktijk wordt gehaald. |
| EER/COP | 2,6 | Gemiddeld instantaan rendement van een mobiele airco (koeling per watt stroom). |
| BTU→W | 0,2930711 | Watt per BTU/h (omrekenfactor BTU/h naar W). |
| ρ | 1,2 kg/m³ | Dichtheid van lucht. |
| cp | 1005 J/(kg·K) | Soortelijke warmte van lucht. |
| ρ·cp/3600 | 0,335 W/(m³/h·°C) | Afgeleide coëfficiënt voor de voelbare infiltratiestraf. |
| Hfg | 2.450.000 J/kg | Verdampingswarmte van water (bij ~25 tot 28 °C). |
| Patm | 101.325 Pa | Luchtdruk op zeeniveau. |
De volledige getallen en de exacte formules staan in de broncode van de calculator, in het <script>-blok onderaan index.html. Deze pagina is bewust een momentopname van het standaardscenario; speel met de schuiven in de calculator om te zien hoe elke stap meebeweegt.