Onder de motorkap: zo bereken je het koelvermogen van een airco

Elke stap die de calculator zet, met de formule, de getallen ingevuld en het tussenresultaat. We rekenen het standaardscenario van de calculator helemaal uit, zodat je het er naast kunt leggen en zelf kunt narekenen.

Het voorbeeldscenario (de standaardwaarden van de calculator)
Slangtype1 slang
Koelvermogen (typeplaatje)15.000 BTU/h
Uitblaasdebiet slang375 m³/h
Buitentemperatuur30 °C
Luchtvochtigheid buiten55 %RH
Gewenste binnentemp21 °C
Ruimte4 × 3 × 2,6 m
Personen2
IsolatieGemiddeld (dubbelglas)
Buitenwanden2 (hoekkamer)
Raamoppervlak4 m²
Overige warmtelast200 W

Alle uitkomsten hieronder horen exact bij deze invoer. Zet je in de calculator een schuif anders, dan verschuiven de getallen, maar de formules blijven dezelfde.

A. Van typeplaatje naar werkelijk koelvermogen

1

Het typeplaatje afslanken (de praktijkcorrectie)

Een mobiele unit haalt zijn opgegeven vermogen in de praktijk zelden: de warme afvoerslang straalt terug de kamer in, het vermogen zakt op hete dagen door de hogere condensatietemperatuur, en fabrieksmetingen zijn optimistisch. We rekenen daarom standaard met 80% van de typeplaatjewaarde (de constante DERATE). Daarna zetten we BTU/h om naar watt.

FormuleQc = typeplaatje × DERATE × 0,2930711 W per BTU/h
Met onze getallenQc = 15.000 × 0,80 × 0,2930711 = 12.000 BTU/h × 0,2930711
Werkelijk koelvermogenQc = 3.517 W ≈ 3,52 kW

Dit is het koelvermogen dat overal verderop wordt gebruikt. De volle 15.000 BTU/h speelt nergens anders meer een rol.

B. Opnamevermogen en wat de slang moet afvoeren

2

Stroomverbruik en condensorwarmte uit de EER/COP

De EER/COP van 2,6 is het rendement van de koelcyclus: hoeveel koelvermogen je krijgt per watt elektrisch vermogen. Daaruit leiden we het opnamevermogen af, en daarmee de warmte die de afvoerslang naar buiten moet brengen (koeling plus de arbeid van de compressor).

FormuleP = Qc ÷ EER     Qh = Qc + P
Met onze getallenP = 3.517 ÷ 2,6 = 1.353 W     Qh = 3.517 + 1.353
Opnamevermogen & afvoer via slangP ≈ 1,35 kW     Qh ≈ 4,87 kW
Telt de COP dubbel met de 1-slangs straf?

Nee. De EER/COP en de 1-slangs straf zijn twee losse assen die elkaar nergens raken. De COP bepaalt alleen het stroomverbruik en de condensorwarmte (de slangkant). De netto koeling en de haalbare temperatuur worden verderop berekend zonder de COP.

EER/COP 2,6
Slangkant: hoeveel stroom de compressor trekt en hoeveel warmte de slang afvoert. Zegt niets over 1 of 2 slangen.
1-slangs straf
Kamerkant: het verlies doordat gekoelde kamerlucht naar buiten gaat. Volgt uit debiet, ΔT en vocht, niet uit de COP.

C. De 1-slangs straf, deel 1: voelbare infiltratie

3

Warme buitenlucht die de uitgeblazen kamerlucht vervangt

Een 1-slangs unit blaast kamerlucht door de slang naar buiten. Die lucht wordt aangevuld met buitenlucht op buitentemperatuur. Het opwarmen van dat aangevulde volume tot kamertemperatuur is de voelbare straf. De coëfficiënt 0,335 is gewoon de warmte-inhoud van lucht: dichtheid × soortelijke warmte, omgerekend van per uur naar per seconde (ρ·cp/3600).

Formulekstraf = 0,335 × debiet     straf = kstraf × ΔT
Met onze getallenkstraf = 0,335 × 375 = 126 W/°C     ΔT = 30 − 21 = 9 °C
Voelbare straf bij dit ΔTstraf = 126 × 9 ≈ 1.131 W ≈ 1,13 kW

Bij 2 slangen haalt de condensor zijn lucht van buiten en blijft de kamerlucht binnen: dan is deze straf nul.

D. De 1-slangs straf, deel 2: vocht uit de buitenlucht

4

Hoeveel vocht zit er in de lucht? (verzadigingsdruk)

Die aangezogen buitenlucht is niet alleen warm maar ook vochtig. Om te weten hoeveel vocht erin kan, rekenen we eerst de verzadigingsdruk uit met de Magnus-formule, voor zowel buiten (30 °C) als de binnendoeltemperatuur (21 °C).

Formule (Magnus)psat(T) = 610,94 · e(17,625·T / (T + 243,04))  Pa
Met onze getallenpsat(30) = 4.237 Pa     psat(21) = 2.482 Pa
5

Van druk naar vochtgehalte (vochtverhouding)

Met de verzadigingsdruk en de relatieve vochtigheid berekenen we het vochtgehalte in gram water per kilogram droge lucht. Buiten gebruiken we 55% RH, binnen mikken we op 50% RH als comfortdoel.

FormuleW = 0,622 · (RH · psat) / (Patm − RH · psat)
Buiten (30 °C, 55%)Wbuiten = 0,622 · 2.330 / (101.325 − 2.330) ≈ 14,64 g/kg
Binnen (21 °C, 50%)Wbinnen = 0,622 · 1.241 / (101.325 − 1.241) ≈ 7,71 g/kg
6

De latente last: dat vochtverschil wegkoelen

Het verschil in vochtgehalte moet de unit uit de aangezogen lucht halen door het op de verdamper te laten condenseren. Dat kost koelvermogen: per kilogram water ongeveer 2.450 kJ (de verdampingswarmte Hfg). Eerst de luchtmassa per seconde, dan de last.

Formuleṁ = debiet · ρ / 3600     Qlat = ṁ · (Wbuiten − Wbinnen) · Hfg
Met onze getallenṁ = 375 · 1,2 / 3600 = 0,125 kg/s
Qlat = 0,125 · (0,01464 − 0,00771) · 2.450.000
Latente last bij doeltempQlat ≈ 2.122 W ≈ 2,12 kW

Bij 2 slangen wordt er geen buitenlucht aangezogen, dus is er geen latente straf: vochtig weer doet dan niets.

E. Wat blijft er over om echt te koelen?

7

Netto (voelbaar) koelvermogen

Van het koelvermogen trekken we de twee 1-slangs verliezen af: de latente last en de voelbare infiltratiestraf. Wat overblijft is wat de ruimte daadwerkelijk koelt.

Formulenetto = (Qc − Qlat) − straf
Met onze getallennetto = (3.517 − 2.122) − 1.131 = 1.395 − 1.131
Netto koeling bij 21 °Cnetto ≈ 264 W ≈ 0,26 kW

Van de 3,52 kW koelvermogen blijft op deze warme, vochtige dag dus maar een fractie over voor de ruimte zelf. Bijna alles gaat op aan de infiltratie en het ontvochtigen.

F. Hoeveel warmte moet er weg? (de warmtelast)

8

De warmtelast van de ruimte

Alleen buitenwanden en ramen zien de volle buiten-ΔT; vloer, plafond en binnenwanden grenzen aan geconditioneerde ruimte en tellen niet mee. Het buitenwandoppervlak schatten we als aantal buitenwanden × gemiddelde wandgrootte, daar trekken we het glas af. De U-waarden komen uit de isolatiekeuze (dubbelglas: 0,8 voor wand, 2,8 voor glas).

Oppervlakkengem. wand = (L + B) · H / 2    buitenwand = aantal · gem. wand    opaak = buitenwand − glas
Met onze getallengem. wand = (4 + 3) · 2,6 / 2 = 9,1 m² → buitenwand = 2 · 9,1 = 18,2 m² → opaak = 18,2 − 4 = 14,2 m²
Formule warmtelastUA = Uwand · opaak + Uraam · glas     last = UA · ΔT + interne warmte
Met onze getallenUA = 0,8 · 14,2 + 2,8 · 4 = 22,6 W/°C    intern = 200 + 2 · 100 = 400 W
last = 22,6 · 9 + 400
Warmtelast bij 21 °Clast ≈ 603 W ≈ 0,60 kW

G. Haalt de unit het? Het evenwicht

9

De minimaal haalbare temperatuur (iteratief opgelost)

De ruimte stabiliseert waar de netto koeling precies gelijk is aan de warmtelast. Maar er zit een terugkoppeling in: hoe verder de ruimte afkoelt, hoe lager het vochtgehalte hoort te zijn bij 50% RH, dus hoe groter het vochtverschil met buiten en hoe hoger de latente last. We lossen dat evenwicht daarom iteratief op (een gedempt vast punt, 100 stappen).

EvenwichtsvergelijkingTeq = Tbuiten − ((Qc − Qlat(Teq)) − interne warmte) / (UA + kstraf)
Convergeert naarTeq ≈ 22,1 °C
Oordeel voor dit scenario: te krap. De gewenste 21 °C wordt net niet gehaald; de ruimte stabiliseert rond 22,1 °C. De netto koeling is wel positief, maar onvoldoende om verder te zakken. Een groter toestel of (veel beter) een 2-slangs of split-opstelling lost dit op.

H. Twee uitkomsten die de calculator er nog bij geeft

10

Omslagpunt: vanaf welk ΔT verwarmt de unit netto?

Als het buiten ver genoeg warmer is dan binnen, wordt de infiltratiestraf groter dan wat er na het ontvochtigen aan koeling overblijft. Vanaf dat ΔT koelt de unit niet meer, maar verwarmt hij de ruimte netto.

FormuleΔTomslag = (Qc − Qlat) / kstraf
Met onze getallenΔTomslag = (3.517 − 2.122) / 126
OmslagpuntΔTomslag ≈ 11,1 °C

Ons scenario zit op ΔT = 9 °C, dus net onder het omslagpunt: er blijft nog koeling over, maar de marge is klein.

11

Wat zou een 2-slangs unit doen?

Hetzelfde apparaat met 2 slangen heeft geen infiltratiestraf en geen latente straf via aangezogen lucht. Dan telt het volle koelvermogen mee tegen alleen de warmtelast.

FormuleTeq,2-slangs = Tbuiten − (Qc − interne warmte) / UA
Met onze getallenTeq,2-slangs = 30 − (3.517 − 400) / 22,6
Evenwicht 2-slangsnetto 3,52 kW → ruim onder 16 °C (thermostaat regelt terug)

Het verschil is enorm: dezelfde unit haalt met 2 slangen moeiteloos de doeltemperatuur, terwijl hij met 1 slang op 22,1 °C blijft steken. Dat is de hele kern van waarom deze calculator bestaat.

De vaste constanten in het model

SymboolWaardeWat het is
DERATE0,80Fractie van het typeplaatje die in de praktijk wordt gehaald.
EER/COP2,6Gemiddeld instantaan rendement van een mobiele airco (koeling per watt stroom).
BTU→W0,2930711Watt per BTU/h (omrekenfactor BTU/h naar W).
ρ1,2 kg/m³Dichtheid van lucht.
cp1005 J/(kg·K)Soortelijke warmte van lucht.
ρ·cp/36000,335 W/(m³/h·°C)Afgeleide coëfficiënt voor de voelbare infiltratiestraf.
Hfg2.450.000 J/kgVerdampingswarmte van water (bij ~25 tot 28 °C).
Patm101.325 PaLuchtdruk op zeeniveau.

De rekenketen in een oogopslag

15.000 BTU/h× 0,80 12.000 BTU/h× 0,2931 Qc 3,52 kW
Qc 3,52 kW− latent 2,12− straf 1,13 netto 0,26 kW
netto 0,26 kWvs. warmtelast 0,60 kW (bij 21 °C) stabiliseert bij 22,1 °C

De volledige getallen en de exacte formules staan in de broncode van de calculator, in het <script>-blok onderaan index.html. Deze pagina is bewust een momentopname van het standaardscenario; speel met de schuiven in de calculator om te zien hoe elke stap meebeweegt.