Rekent door of een (1-slangs) mobiele airco een ruimte daadwerkelijk koel krijgt en houdt, inclusief de infiltratiestraf en het ontvochtigen bij vochtig weer. Alles rekent live mee.
Een buitenunit met een of meer binnenunits, geen slangen door het raam en geen infiltratie. Het hoogste rendement en veruit het stilst. Wel een investering, en montage door een F-gassen-gecertificeerde monteur.
De compressor staat buiten (op het balkon of terras), met alleen een dunne koelleiding naar binnen. Veel beter dan een mobiele 1- of 2-slangs unit (geen hete slang in de kamer en nauwelijks infiltratie), maar niet zo stil en zuinig als een vast geïnstalleerde split.
Dan voert de condensor zijn warmte af met buitenlucht in plaats van je al gekoelde kamerlucht. De infiltratiestraf en de extra ontvochtiging vervallen grotendeels. Zet de schakelaar bovenaan op “2 slangen” om het verschil te zien.
Het opnamevermogen wordt afgeleid uit het koelvermogen (BTU/h) en een vaste EER/COP van 2,6, een gemiddeld instantaan rendement voor een mobiele airco. Dit getal beïnvloedt alleen "af te voeren via slang", niet de netto koeling of de haalbare temperatuur.
Vochtig weer rekenen we mee als latente last: de buitenlucht die een 1-slangs unit aanzuigt bevat vocht dat op de verdamper moet condenseren. Formule: luchtdebiet × (vochtgehalte buiten − binnen) × 2450 kJ/kg, met binnen 50% RH als comfortdoel. De minimaal haalbare temperatuur lossen we iteratief op: bij een lagere binnentemperatuur hoort (op 50% RH) minder vocht, dus stijgt de latente last naarmate de ruimte verder afkoelt. Die terugkoppeling rekenen we mee. Bij 2 slangen is er geen infiltratie via de unit, dus geen latente straf.
Koelvermogen is een typeplaatjewaarde. Omdat mobiele units in de praktijk onder hun opgave presteren (de warme afvoerslang straalt terug, het vermogen daalt op hete dagen door de hogere condensatietemperatuur, en fabrieksmetingen zijn optimistisch), rekenen we standaard met 80% van de ingevoerde waarde. Die factor staat als vaste constante in de code (DERATE) en is dus al in alle uitkomsten verwerkt. Het resterende koelvermogen wordt daarna constant verondersteld.
1-slangs straf (voelbaar) = uitblaasdebiet × 0,335 × (T_buiten − T_binnen) W. De naar buiten geblazen kamerlucht wordt vervangen door buitenlucht; dat is het verlies. Bij 2 slangen is deze straf nul.
Raamafdichting en waar de aanvoerlucht vandaan komt. Het model gaat ervan uit dat de lucht die een 1-slangs unit naar buiten blaast, wordt aangevuld met buitenlucht op de buitentemperatuur. Dat is precies de infiltratiestraf en de latente last. Dicht je deze kamer goed af (raamafdichting plus kieren), dan kan die warme buitenlucht niet rechtstreeks naar binnen. De onderdruk trekt de aanvoerlucht dan uit de rest van het huis, die koeler is dan buiten. Daardoor koelt deze kamer juist sneller af en haal je de doeltemperatuur eerder dan hier staat aangegeven. De keerzijde: diezelfde onderdruk zuigt de warme buitenlucht nu de andere kamers in, die daardoor extra snel en extra veel opwarmen. Zodra het hele huis is opgewarmd tot de buitentemperatuur, komt de aanvoerlucht voor deze kamer weer op buitentemperatuur binnen en klopt de calculator weer.
Warmtelast = U_wand × buitenwandoppervlak (zonder ramen) × ΔT + U_raam × raamoppervlak × ΔT + interne warmte (personen × 100 W + overige). Alleen buitenwanden en ramen tellen mee op de volle buiten-ΔT; vloer, plafond en binnenwanden beschouwen we als grenzend aan geconditioneerde ruimte. Voor een dak- of zolderkamer, of warme buurruimtes, verhoog je "overige warmtelast". Het buitenwandoppervlak schatten we als aantal buitenwanden × gemiddelde wandgrootte.
De afkoelsnelheid hangt sterk af van de thermische massa van wanden en inboedel en valt buiten dit model; reken op aanzienlijk langer dan alleen de lucht zou suggereren. Een echte unit, kierdichting, plaatsing en zonbelasting beïnvloeden het resultaat verder.